menu
nieuwe tests en behandelingen

Hoopvolle vooruitgang in zoektocht naar betere tests en behandelingen voor lymeziekte 

Op de virtuele conferentie ‘Focus on Lyme’ in november 2020 deelden wetenschappers hun laatste onderzoek op het gebied van diagnostiek en behandeling van lymeziekte. In dit artikel lees je een samenvatting hiervan geschreven door bestuurslid Miranka Mud. 

Bewijs van persisterende infectie  

Professor Monica Embers van de Tulane universiteit sprak over de manier waarop Borrelia-spirocheten in het lichaam van de gastheer overleven door diens immuunsysteem te onderdrukken. Haar team heeft variabele antilichaamreacties bestudeerd bij geïnfecteerde apen en lymepatiënten. Ze hebben een patroon opgemerkt waarbij een vroege robuuste immuunreactie betere klinische resultaten voorspelt, terwijl patiënten met chronische lyme aanwijzingen hebben voor een verminderde immuunreactie.  

Embers werkt aan de ontwikkeling van een nieuw diagnostisch hulpmiddel op basis van de immuunreactie van het lichaam op specifieke Borrelia-antigenen, die verder gaan dan de standaardtests.  

Belangrijk is dat Embers samenwerkt met onderzoekers van de Duke universiteit en de Johns Hopkins universiteit om nieuwe behandelingen te ontwikkelen. Ze merkte op dat doxycycline, de eerstelijnsbehandeling voor de ziekte van Lyme, alleen werkt op actieve (delende) Borrelia. Wanneer Borrelia-bacteriën echter van vorm veranderen en/of inactief worden, zijn ze niet vatbaar voor antibiotica. Een van de voorgestelde behandelingen, die monoklonale antilichamen koppelt aan doxycycline, wordt al in haar laboratorium getest. Monoklonale antilichamen zijn eiwitten (afweer- of antistoffen) die in het laboratorium worden ontwikkeld. Hiermee hopen de onderzoekers een behandeling te hebben gevonden die de infectie kan uitroeien.  

Nieuwe markers identificeren 

Professor Mark Soloski, van de Johns Hopkins universiteit, gaf een presentatie over onderzoek dat wordt gedaan in het JHU Lyme Disease Research Center. Het onderzoekscentrum voert een jarenlange  studie uit (SLICE) bij een reeks duidelijk gedefinieerde patiënten bij wie de diagnose vroege lyme is gesteld en die worden behandeld met een standaard antibioticakuur. In de SLICE-studie wordt de groep patiënten die na de standaardbehandeling chronische symptomen van lyme hebben (zes maanden of meer), voor onderzoeksdoeleinden geclassificeerd als post lyme syndroom na behandeling (PTLDS).  

Zoals professor Soloski uitlegde: ‘menselijke genetica is gecompliceerd.’ De genen die we erven van onze ouders, bepalen hoe we reageren op een infectie. De ziekteverwekker zelf en onze doorleefde ervaringen hebben ook invloed op het ziekteproces. De SLICE-studie kijkt naar hoe het immuunsysteem reageert op de ziekte van Lyme. In de loop van de tijd heeft de SLICE-studie een uitgebreid serumprofiel samengesteld van twee typen lymepatiënten: degenen die beter worden en degenen die niet beter worden. 

Patronen van immuunreactie  

Soloski zegt dat ze nog steeds niet weten hoe of waarom T-cellen van patiënt tot patiënt verschillen. T-cellen zijn witte bloedcellen die een belangrijke rol spelen in het afweersysteem. De onderzoekers zien zeker een patroon in de immuunreactie van patiënten met chronische symptomen na behandeling. 

Professor Soloski zegt dat het abnormale immuunpatroon dat ze bij patiënten hebben gezien, voorspellend lijkt te zijn voor chronische symptomen na behandeling. De onderzoekers speculeren tevens dat verhoogde CCL19-waarden bij patiënten het resultaat zijn van een aanhoudende immuungestuurde reactie.  

De SLICE-studie is bedoeld om risicofactoren en immunologische biomarkers voor de ziekte van Lyme te onderzoeken. Bovendien hebben ze belangrijke genen opgemerkt die zijn geassocieerd met chronische symptomen na behandeling. Soloski is ook geïnteresseerd in hoe microgliacellen en dendritische cellen het ziekteproces beïnvloeden (microgliacellen zijn afweercellen in de hersenen en het ruggenmerg, dendritische cellen zijn cellen die lichaamsvreemde cellen herkennen en de rest van het afweersysteem alarmeren). 

Kankertechnologie toepassen 

Professor Tim Haystead van de Duke universiteit werd vijf jaar geleden door dr. Neil Spector, die helaas overleden is, bij lyme-onderzoek betrokken.  

Hun doel is om alternatieven te vinden voor antibiotica, momenteel de enige beschikbare behandeling voor de ziekte van Lyme, in de hoop patiënten te helpen die niet beter worden van antibioticabehandeling.  

Spector wierf Haystead voor het project, en samen keken ze naar de mogelijke toepassing van behandelingen die succesvol zijn gebleken bij het identificeren van behandelingen voor kanker. 

Gerichte therapieën en diagnostiek

 Het team van Spector en Haystead heeft twee mogelijke soorten behandelingen voor de ziekte van Lyme geïdentificeerd. Eén methode zal medicijnen gebruiken om selectief te hechten aan het Borrelia-eiwit (HtpG) en de bacteriën te elimineren door het DNA te vernietigen, terwijl normaal menselijk weefsel en andere gezonde bacteriën worden vermeden. De andere methode zal een fluorescerende biomarker gebruiken, die wordt geactiveerd door licht, die kan worden gebruikt als een direct diagnostisch hulpmiddel voor de infectie bij patiënten met chronische ziekte en om selectief gerichte medicijnen af ​​te leveren. 

Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met onderzoekers van de Tulane universiteit, de universiteit van Californië Davis en de universiteit van North Carolina.  

Biologische verschillen 

Professor Neal Woodbury van de Arizona State universiteit is een andere onderzoeker met tientallen jaren ervaring in microbiologie en kanker. 

Zijn presentatie concentreerde zich op twee thema’s: 1) het vinden van betere diagnostiek en 2) het karakteriseren van patiënten met aanhoudende lymesymptomen.  

De antilichaamprofileringstest waaraan ze werken, is vergelijkbaar met een elisa-test die de reactie van het immuunsysteem op de infectie detecteert. Maar het gaat een aantal stappen verder. Het team van Woodbury heeft meerdere Borrelia-eiwitten in kaart gebracht en deze geclassificeerd op basis van hun werkzaamheid bij het voorspellen van de ziekte van Lyme. Een verrassend resultaat van hun aanvankelijke geblindeerde cohortstudie was een sterk genderverschil bij de testnauwkeurigheid. Ze ontdekten dat de algehele gevoeligheid van de antilichaamtests voor acute Lyme ongeveer 80% was. Maar er was een groot verschil in specificiteit per geslacht: 80% voor mannen en slechts 20% voor vrouwen. Woodbury zegt dat dit een genderspecifieke immuunreactie suggereert bij de ziekte van Lyme. 

Immuunreacties 

Woodbury’s onderzoek naar patiënten met aanhoudende symptomen (die zes maanden of langer aanhouden) maakt gebruik van biobankmonsters. Deze monsters zijn van 200 negatieve controlepersonen; van 33 positieve lymepatiënten volgens de standaard testcriteria; van 54 patiënten met symptomen die voldoen aan de Horowitz Medische Vragenlijst voor Lyme, maar die negatief testen volgens de standaard test criteria; en van 55 patiënten met een positieve elisa- of westernblot-test. 

De eerste gegevens laten duidelijke verschillen zien in de immuunreacties van acute lymepatiënten versus patiënten met aanhoudende symptomen. Specifiek: acute lymepatiënten vertonen lyme-specifieke immuunreacties, terwijl patiënten met aanhoudende symptomen meer een auto-immuunreactie vertonen. Ze ontdekten ook dat patiënten met ‘vermoedelijke’ ziekte van Lyme een zwakkere immuunreactie hebben dan patiënten met bevestigde ziekte van Lyme volgens de standaard testcriteria. Belangrijk is dat de monsters van de patiënten met aanhoudende symptomen aangeven dat moleculen in de ‘neuronale route’* van het zenuwstelsel het doelwit zijn van het immuunsysteem. Woodbury suggereert dat dit het hoge aantal neurologische symptomen bij deze patiënten zou kunnen verklaren. Het plan was om in de loop van 2020 biomarkers beschikbaar te hebben en die dan ter goedkeuring naar de FDA te sturen. De FDA is een overheidsorgaan in de VS dat onder andere medicijnen controleert. 

Hoop 

Het is mooi om te zien dat nieuwe onderzoekers van buiten de lymewereld  frisse, nieuwe inzichten naar voren brengen. We hopen dat de samenwerking tussen deze onderzoeksteams niet alleen zal leiden tot een test waarmee chronische lyme kan worden opgespoord, maar ook tot effectievere behandelingen. 

De conferentie Focus On Lyme is bekeken via: https://www.focusonlyme.org/  

*Een neurale route verbindt regio’s in de hersenen met elkaar of brengt informatie van het perifere zenuwstelsel naar de hersenen.